Château

Zoals elk jaar hebben we ook nu geen plannen voor onze vakantie. De eerste week lekker een beetje uitrusten, dagje weg, een nachtje in een hotelletje op de Utrechtse heuvelrug, kortom gewoon lekker vrij zijn en doen wat je wilt, zoals dat heet.

Maar de maandag van de tweede week zijn er dan toch kriebels om even weg te zijn, andere sfeer te proeven en op reis te gaan. Onze keuze valt op Frankrijk, meer specifiek een weekje Bretagne. Dus chambre d’hote geboekt voor vijf nachten en een nachtje Normandië op de heenreis, zodat we een rustige start en een reis in etappes hebben.

In Normandië vinden we een goed ogend château voor de dinsdagnacht, want als wij iets in onze kop hebben gaan we ervoor en dus maandag bedenken dat we dinsdag gewoon gaan. Ach, en een nachtje denken dat je kasteelheer en –vrouwe bent is toch leuk in de vakantie….

Bij aankomst blijkt dat het hotel in een dorpje ligt dat bestaat uit een stuk of vijf boerderijen en een straatje huizen van nog geen tweehonderd meter. De hotelgasten verdubbelen de bevolking zeker op drukke dagen. Een prachtige oprijlaan en een groepje kippen onder aanvoering van een haan begroet ons en geeft ons een welkom gevoel. Dat is ook zo bij de receptie. Een allervriendelijkste dame weet direct wie we zijn en dat we in “Maison Prairie” worden gestationeerd. Ze duikt in een doos met sleutels en vist daar de gezochte “clé” uit op. Na een kort telefoontje gaat ze ons voor naar het huisje op de prairie. Met recht een prairie; we hebben een petieterig onderkomen op een veld waar een boomgaard in aanleg is. Iets verderop is nog een fundering zichtbaar van wat vast nog een petit maison moet worden. Madam vertelt dat de bar geopend is voor een drankje.

Zodra  we ons een beetje gesetteld hebben in de boomgaard, gaan we voor een drankje richting bar in het château. Madam is aan de telefoon, er staan mensen voor de balie en de bar is leeg…., zowel voor als achter de bar. De dame van de receptie rent even naar binnen, pakt iets en zegt dat ze er zo aankomt, “even de nieuwe gasten helpen”. Ik vraag haar of ze soms ook de kamers schoonmaakt. Het is een grapje, maar ze antwoord dat ze dat inderdaad in drukke tijden ook doet. Het wachten is op het inchecken, wegbrengen van de gasten, nog een telefoontje afhandelen, weer mensen aan de balie, ondertussen nog een order voor roomservice. Ook de verse nieuwkomers komen verreist voor een drankje de bar binnen. Gelaten wachten we met elkaar of er nog iets gaat gebeuren. We bladeren de drankkaart eens door en zoeken een lekker aperitief uit. Als de dame van de receptie/telefoon/bar/roomservice in de gelegenheid is, bestellen we ons drankje. “Dat heb ik niet”, zegt ze gedecideerd. “Oh, het staat wel op de kaart, mevrouw”, zeg ik voorzichtig. “Als het op de kaart staat, moet ik ‘t hebben!” en ze duikt onder de bar in de koeling. Na veel gerommel wordt ons een Pinot des Charentes geserveerd en we vertrekken dorstig naar de stoeltjes in het gras onder de bomen.

Na dit aperitief en een koud glas water komt er een dame aan onze tafel om ons alvast met een amuse te verblijden, we hebben toch voor het diner gereserveerd? Ja, want de keuken staat goed aangeschreven weten we van internet en in het dorp niets te vinden dus, ja  we hebben gereserveerd. We lepelen de garnalen in iets te veel saus gewillig en hongerig op, nadat we een flesje wijn en water voor aan tafel besteld hebben.

Als we binnenkomen voor het diner komt er een gerant op ons af. Hij is nogal direct, weinig voorkomend en lijkt geen tegenspraak te dulden. We worden in zijn snelste Frans gevraagd of we een aperitief willen en voor we het weten maakt hij van ons in ‘t Engels gestamelde “dat we al een wijn besteld hebben”, dat we een witte wijn willen. Dus een glas en een fles op tafel en we lachen een beetje suf. Al snel blijkt dat de gerant geen woord Engels spreekt, althans doet alsof en niet geïnteresseerd is in een stelletje sukkels uit  Les Pays Bas. Met de arrogantie van een haan stapt hij parmantig door de eetzaal, gooit ons nog een amuse voor en pikt het niet als we zeggen dat we er al een gehad hebben: “Voor u!” Hij zegt nog net niet dat we onze mond open moeten doen om het naar binnen te schuiven.

Was ons die middag de inefficiëntie van de receptie/telefoon/bar/roomservice-dame al opgevallen, ze loopt ook bij het diner weer rond… De gerant kan door de dames duidelijk gemist worden: zij rennen rond, zijn druk, vriendelijk en doen hun best en hij stapt wat rond en verschuift wat, maar communiceert niet. Als hij ook elders iets brengt dat duidelijk niet de bedoeling is, zien we de dames hun schouders wat ophalen en herstellen wat er te herstellen valt. Opeens valt het oog van mijn echtgenoot op de serveerdoek van de gerant en we schieten samen in de lach: als een soort wapperend uithangbord hangt die doek uit de zak van zijn jasje te bengelen. En als hij hem er even later uithaalt, om ergens iets te brengen, trekt hij de voering van zijn zak binnenstebuiten en vlagt rustig verder. Een haan die eruit ziet als een persiflage van zichzelf, stapt met een arrogante blik door de eetzaal, zich niet bewust van zijn komische uiterlijk en ridicule verschijning. Voor ons zijn madam en de gerant verworden tot Sybel en Basil Fawlty, want eigenlijk leek ons verblijf in Château Cocove  veel op kijken naar een aflevering van Fawlty Towers.

Advertenties
Geplaatst in komisch, Korte verhalen, Mensen, Proza | Tags: , , , , | 3 reacties

Bezieling

Met zijn verleidelijke klanken

zoekt muziek zijn eigen weg

naar binnen. In hart, ziel of geest

begrijpt men deze taal der noten

die zangerig door de ruimte zweeft

ongrijpbaar en toch raak.

De musicus legt zijn ziel bloot

voor iedereen ter inzage.

 

Van binnen borrelen de woorden op

vinden hun weg naar de punt der pen

vrijgevochten voor iedereen hoorbaar

ruimte om te verstaan wat men horen wil.

De ziel van de dichter in een jambisch ritme

gevangen, bevrijdt onze gedachten

en wat in ons leeft in universele taal.

 

© Greta Lugtmeier

Geplaatst in Gedichten, gedichtendag | Een reactie plaatsen

woordenspel

Oh, hoe bewonder ik toch de Dikke van Dale

het complete woordenboek der Nederlandse taal

om dit gedicht te maken, raadpleegde ik het menigmaal

al dwalend vond ik een prachtig omslagwoord:

woordenboek wordt zo de stam voor dit dichterlijk akkoord .

 

Een boek en woorden, vormt snel een boekenwoord.

Bedenk en bewonder, hoe doe ik toch niet onder

voor de bedenker van dit wonderlijk woordenspel.

De wende zit ‘m in de bewoner van dit boek:

de woorden opgebouwd uit letters kunnen bekoren!

 

Als ik ze hussel door en door

vormen ze zelfs een roek of een koor.

Zo koeren de koren op zichzelf

zo valt nu toch het doek,

of gaat alles op in rook.

Het is uit mijn woordenboek.

© Greta Lugtmeier

Geplaatst in dichtopdracht, Gedichten | Een reactie plaatsen

Aanpassingsvermogen

Ik vermag me aan te passen

mijn vermogen te vergaren

mezelf een beetje te sparen

loop ik met jou in jouw pas

tesaam nog ver te gaan

mag ik met jou sparren

draag ik jouw ring

vermeng ik mij met jij

passen wij genoegzaam.

 

© Greta Lugtmeier

Geplaatst in dichtopdracht, Gedichten, Verwondering | Een reactie plaatsen

Quarlis Quaker

Quarlis Quaker at zijn mealoates

coûte que coûte des morgensvroeg

in alle stilte als zijn vrouwlief

de quilt nog tot de oren droeg

en steevast naast zijn bordje

lag het ware godsgerief.

 

Want Quarlis Quaker moet je weten

was een heuse quakerboer.

Met zijn quakerhoed  en quakerkoets

met daarvoor weer zijn quakerpaard,

leefde hij als in vroeger tijden,

lekker langzaam en bedaard.

 

Zijn lieve vrouw Querien,

zat overdag haar vingertoppen blauw te quilten

want met Gods genade verwachtte zij nog te moeten queuen

als er kinders kwamen, minstens tien!

Dus flux de stof gequadrilleerd

en niet zitten simmen of queruleren

daar was het werk niet mee gedaan!

 

Van al dat naaien waren er zo quiltjes, ja t is echt

maar om tot baren te geraken moet meer gebeuren dan een gebedje opgezegd.

 

© Greta Lugtmeier

Geplaatst in Gedichten, komisch | 3 reacties

Grootmoederstijd

Op de drempel van het kleine huis

speelt goedertierenheid haar

vernederend spel.

Verbannen uit het straatbeeld

gelaten wachtend op

de onvermijdelijke dood.

 

Zeden en moraal,

beknelde vrijheid vormen de

oorsprong van creatie.

Groei en hoop bezwangeren

de lucht, vibrerende machines

grijpen de macht.

 

Ik laat me leiden naar

de tijd waar tijd leek stil te staan.

In gedachten verlicht

met beide benen in de klei,

zo ben ik en wilde ik altijd zijn:

vertraagd element in een bruisend geheel.

 

 © Greta Lugtmeier

Geplaatst in Gedichten | Een reactie plaatsen

Herfst

Strijkers laten hun strijkstok

dansen op het ritme van de herfst.

Her en der ontspringt een fijne

bergstroom aan het stevige basalt.

Zodra het klaterende water

zich met lucht vermengt

ontluiken de bellen.

 

Bellen die uiteen spatten op

de keien in de bedding van de stroom.

Het gevallen esdoornblad vaart

lijdzaam mee, de energie bruist en

stuwt het drijfhout voort,

zoals het ook mij vervoert.

Zo anders worden wij geraakt.

© Greta Lugtmeier

Geplaatst in Gedichten, Verwondering | Een reactie plaatsen